``   home | profiel | links | contact
 
°
voorraad

° software

° cd

° opnames

° projecten

klik hier voor een grotere foto
Forster & Andrews, 1865, new case

Mixture Swell:

C
c0
c1
g1



8


4
4

2 2/3
2 2/3
2 2/3
2
2
2
2
1 1/3
1 1/3
1 1/3
1
1
2/3
 

Mixture Great:

C
c0
c1
g1



4


2 2/3
2 2/3

2
2
2
1 1/3
1 1/3
1 1/3
1
1
2/3

Pitch: 448 Hz
Wind pressure: 76,2 mm Wk (3 inch)
 

klik hier voor een grotere foto
Sint-Salvatorkerk Harelbeke 1773
 

klik hier voor een grotere foto
Castlegate Congregational Hall 1863
 


klik hier voor een grotere foto
F&A shop book: as proposed in 1863

 

klik hier voor een grotere foto
F&A shop book: as built in 1865

 

Harelbeke (B), St. Salvatorkerk,
Forster & Andrews 1865


Great C--g3
Open Diapason
Stopt Bass (12)
Rohrflöte
Hohlflöte
Dulciana
Principal
Harmonic Flute
T
welfth
Fifteenth
Mixture
Cornopean

Clarion
 

8 ft
8 ft
8 ft
8 ft
8 ft
4 ft
4 ft
2 2/3 ft
2 ft
 
3 rks
8 ft
4 ft

Swell C-g3
Lieblich Bourdon
Open Diapason
Stopt Bass (12)
Stopt Treble

Flauto Amabile
Principal
Piccolo
Mixture
Horn

Oboe
Tremulant


16 ft
8 ft
8 ft
8 ft
8 ft
4 ft
2 ft
4 rks
8 ft
8 ft



Choir C-g3
Flute d‘Amore
Lieblich Gedact
Celestina

Lieblich Flöte
Clarinet


Pedal C-f1
Open Wood
Bourdon

8 ft
8 ft
4 ft 4 ft 8 ft


16 ft
16 ft

Swell to Great, Swell to Great in Octaves, Swell to Choir,Great to Pedal, Swell to Pedal, Choir to Pedal, Pedal Octave
4 Composition Pedals to Great, 2 Comp. Pedals to Swell
Pitch: 448 Hz
Wind pressure: 76,2 mm Wk (3 inch)

 

Op 23 November 2012 werd dit gerestaureerde Forster & Andrews-orgel in gebruik genomen. Het orgel werd in 1865 gebouwd voor de Castlegate Congregational Church te Nottingham voor een prijs van 449 pond. In Harelbeke werd het voorzien van een nieuwe orgelkas.

De Sint-Salvatorkerk is een ruime classicistische kerk, gebouwd tussen 1769 en 1773. De bouw van de kerk werd destijds groot opgevat, daar de voorvaders van de graven van Vlaanderen er lagen begraven. In 2009 werd het interieur volledig gerestaureerd. Als sluitstuk daarvan werd nu het gerestaureerde orgel geplaatst in het transept, vóór de Heilige-Doornkapel.

Het instrument staat aanvankelijk in het orderboek van Forster & Andrews als groot 2-manualig instrument, met de vermelding: Choir prepared for. Het Choir heeft men echter tijdens de bouw alsnog gerealiseerd. De Clarinet, die al was voorzien op het Great, verhuisde naar het Choir. De open plaats op het Great bleef leeg.
In 1894 werd werk uitgevoerd door Cousans uit Lincoln. Waarschijnlijk is bij die gelegenheid een manuaalkoppel Swell to Choir toegevoegd, evenals een Pedal Octave coupler. Ook de tremulant (met zijn signering) is door hem geplaatst. In 1908 besloot men een groter orgel aan te schaffen (een 4-manualig Binns orgel met 35 stemmen), en het Forster & Andrews-orgel te schenken aan Hyson Green United Reformed Church. De Mixture van het Great en de Cornopean werden verwijderd, mogelijk door Loyd uit Nottingham die de verhuizing uitvoerde. In 2000 werd het instrument in vrijwel onbespeelbare staat ter verkoop aangeboden, en belandde het onze opslagruimte.

Bij de recente restauratie zijn latere dispositiewijzigingen ongedaan gemaakt, en is pijpwerk aangevuld met passend historisch pijpwerk uit voorraad. De niet originele Horn van het Swell verhuisde naar het Great; het pijpwerk had de factuur en inscripties van een Cornopean. Op het Swell werd een gebruikt tongwerk geplaatst van Conacher, op de plaats van de Horn. De waarschijnlijk niet originele Oboe werd gehandhaafd. Op de lege plek op het Great, waar de Clarinet ooit was gepland, werd nu een Clarion 4 ft geplaatst. De verdwenen Mixture 3 ranks werd gereconstrueerd met behulp van pijpwerk uit voorraad. Uit bestudering van de roostergaten bleek dat de samenstelling identiek moest zijn geweest aan de drie hoogste koren van de Mixture 4 rks van het Swell. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de Sesquialtra III ( een terts-mixtuur) uit het originele bestek nooit is geplaatst, maar dat men tijdens de bouw heeft besloten een quint-mixtuur te plaatsen. Vergelijking met andere disposities van F & A uit de bouwtijd leren dat de Sesquialtra rond deze tijd verdwijnt. Op het oog lijkt ook het registerplaatje (met opschrift Mixture 3 rks) origineel te zijn.

Voor de verdwenen Lieblich Flöte 4 ft van het Choir
kon een Flute van F&A uit hetzelfde bouwjaar worden ingezet (afkomstig van het orgel van de GKV te Aduard).

Het instrument heeft een grote en heldere klank, zoals gebruikelijk bij instrumenten van deze bouwers. Tot in de late 19e eeuw bleven hun instrumenten opvallend klassiek, in tegenstelling tot het werk van andere Engelse bouwers. Forster & Andrews waren sterk beïnvloed door de Duitse orgelbouw van die dagen, met name door Edmund Schultze die een omvangrijk instrument bouwde in Donchaster Cathedral (1862). Zowel in de dispositie als in de intonatie is die (Duitse) invloed duidelijk aanwijsbaar.

Laurence Elvin beschrijft in zijn boek "Forster And Andrews Organ Builders 1843-1956" hoe men in 1865 een concert organiseerde in de opbouw-ruimte van het bedrijf te Hull.

"On one occasion during 1865 the large erecting hall and gallery was full and upwards of two hundred folk heard Mr. Skelton (Organist of Holy Trinity, Hull) and Mr. Andrews demonstrate an organ intended for Castlegate Congregational Church, Nottingham. Andrews was an organist of no mean ability and sometimes opened the firm's new organs."

Het destijds in de werkplaats gedemonstreerde orgel was dus het Harelbeekse exemplaar!

Bij de ingebruikname op 23 November werd het instrument bespeeld door Nico Ronsse (de organist van de Sint-Salvatorkerk), en Sietze de Vries.

 Am 23. November 2012 wurde die restaurierte Forster & Andrews Orgel eingeweiht. Die Orgel wurde im Jahr 1865 für die Castle Gate Congregational Church in Nottingham zu einem Preis von £ 449 erbaut. Für Harelbeke wurde neues Gehäuse im klassizistischen Stil gebaut.

Die St. Salvatorkerk ist eine große klassizistische Kirche, gebaut zwischen 1769 und 1773. Die Kirche sollte richtig großartig werden, weil die Vorfahren der Grafen von Flandern hier begraben wurden. Im Jahr 2009 wurde der Innenraum komplett restauriert. Als Krönung wurde nun die restaurierte Orgel im Querschiff aufgestellt, vor der so genannten "Heilige Doornkapel".

Die Orgel ist erwähnt im Forster & Andrews Auftragsbuch als 2-manualiges Instrument, mit dem Hinweis: prepare for Choir Organ (3. Manual (Choir) vorbereitet). Das Choir wurde jedoch während der Bauphase noch realisiert. Die Clarinet, die bereits auf dem Great vorgesehen war, zog nach dem Choir. Der offene Platz im Great blieb leer.
Im Jahr 1894 wurde Arbeit von Cousans aus Lincoln durchgeführt. Wahrscheinlich hat er eine Manualkoppel Choir to Swell hinzugefügt, und ein Pedal Octave Coupler. Der Tremulant (mit seinem Signierung) wurde von ihm eingebaut. Im Jahr 1908 beschlossen sie eine größere Orgel (4-manualiges Binns-Orgel mit 35 Stimmen) zu kaufen, und die Forster & Andrews Orgel an die Hyson Green United Church zu verschenken. Die Mixture vom Great und der Cornopean vom Swell wurden entfernt, möglicherweise durch Loyd aus Nottingham, der den Umzug durchführte. Im Jahr 2000 war das Instrument nahezu unspielbar; es wurde von uns angekauft und eingelagert.

Bei der jüngsten Restaurierung wurden spätere Dispositionsänderungen rückgängig gemacht; fehlende Pfeifen wurden ergänzt durch geeignetes historisches Material. Das nicht originale Horn des Swell zog nach dem Great; nach Mensur und Beschriftung ist es ein Cornopean. Im Swell wurde eine Trompete von Conacher plaziert, anstelle des Horn. Die wahrscheinlich nicht originale Oboe wurde beibehalten. Auf die leere Stelle im Great, wo die Clarinet einmal geplant war, steht jetzt ein Clarion 4 ft. Die verschwundene Mixture 3 rks wurde rekonstruiert mit historischen Pfeifen aus unserem Lager. Untersuchung der Rasterlöcher zeigte, dass die Zusammensetzung identisch war mit den drei höchsten Chören der Mixture 4 rks der Swell. Die Schlussfolgerung scheint gerechtfertigt, dass die Sesquialtra 3 rks (eine Terzmixtur) in der ursprünglichen Spezifikation nie installiert wurde, sondern dass man während des Baues beschlossen hat eine Quintmixtur zu plazieren. Vergleich mit anderen Dispositionen von F & A macht deutlich, dass die Sesquialtra um 1865 verschwindet. Auf den ersten Blick scheint dass Registerschilchen (mit Beschriftung Mixture) Original zu sein.

Das Instrument verfügt über einen großen und hellen Klang, wie üblich bei Instrumenten dieses Orgelbauers. Bis zum Ende des 19. Jahrhunderts blieben ihre Instrumente sehr klassisch, im Gegensatz zur Arbeiten anderer britischen Orgelbauer. Forster & Andrews waren stark von dem deutschen Orgelbau jener Tage beeinflusst, insbesondere von Edmund Schultze der eine große Orgel in der Donchaster Cathedral (1862) gebaut hat. Sowohl in der Disposition und Intonation sind die Einflüsse deutscher Orgelbauer eindeutig nachzuweisen.

Laurence Elvin beschreibt in seinem Buch "Forster Und Andrews Orgelbau 1843-1956", wie im Jahr 1865 ein Konzert im "erecting hall" des Unternehmens in Hull organisiert wurde.

"On one occasion during 1865 the large erecting hall and gallery was full and upwards of two hundred folk heard Mr. Skelton (Organist of Holy Trinity, Hull) and Mr. Andrews demonstrate an organ intended for Castlegate Congregational Church, Nottingham. Andrews was an organist of no mean ability and sometimes opened the firm's new organs."

Das damals vorgeführte Instrument war die Harelbeker Orgel!

Bei der Einweihung am 23. November, wurde das Instrument von Nico Ronsse (Organist der St. Salvator Kirche) und Sietze de Vries eingespielt.
 

  On the 23rd of November 2012, this restored Forster & Andrews-organ was inaugurated. The organ was built by Forster & Andrews in 1865, for the Castle Gate Chapel in Nottingham. In Harelbeke it was provided with a new neoclassical case.

The St. Salvatorchurch is a spacious, classicistic church, which was built between 1769 and 1773.
The church was built on a grand scale, as the ancestors of the Counts of Flanders were buried there. In 2009 the interior was fully restored, and as its final piece, the restored organ was placed in the transept, in front of the "Heilige-Doornkapel" (holy thorn-chapel).

Initially, the instrument is mentioned in the Forster & Andrews order book as a large, 2-manual instrument, with the annotation: prepared for Choir. During the build however, the Choir was added anyway. The Clarinet, which had been prepared on the Great, moved to the Choir. The open space on the Great remained empty.
In 1894, the work was done by Cousans from Lincoln. On that occasion, the manual coupler Swell to Choir was probably added, as was the Pedal Octave coupler. The tremulant (signed by him) was also placed by him. In 1908 it was decided to buy a larger organ (a 4-manual Binns organ with 35 stops), and to donate the Forster & Andrews-organ to Hyson Green United Reformed Church. The Mixture of the Great and the Cornopean were removed, possibly by Loyd of Nottingham, who dealt with the move. In 2000, the instrument was offered for sale in an almost unplayable state, and ended up in our storage facility.

During the recent restoration, the later changes in the stoplist have been reversed, and the pipe work has been supplemented with suitable historical pipe work from stock. The non-original Horn in the Swell moved to the Great; the pipe work had the makings and inscriptions of a Cornopean. A used reed by Conacher was placed on the Swell, in the Horn’s position. The Oboe, which was probably not original, was preserved. A Clarion 4 ft was placed in the empty space on the Great, where the Clarinet had once been planned. The missing Mixture 3 ranks was reconstructed with the help of pipe work from stock. On studying the rack boards, it appeared that the composition must have been identical to the three highest choirs of the Mixture 4 rks of the Swell. It seems to be an accurate conclusion that the Sesquialtra III (a tierce-mixture) from the original plans was never placed, but that is was decided during the build to place a quint-mixture. Looking at other F & A dispositions from the time of the build, it is clear that the Sesquialtra disappears around this time. The stop-plate (with the words Mixture 3 rks) also seems original.
To replace the lost Lieblich Flöte 4 ft of the Choir, a Flute by F & A from the same year was found (from the organ of the Free Reformed Church in Aduard).

The instrument has a strong and clear sound, as is usual with instruments by these builders. Their instruments remained notably classical, until late in the 19th century, in contrast to the work of other English builders. Forster & Andrews were strongly influenced by the German organ builders of the day, especially by Edmund Schultze, who built an elaborate instrument in Doncaster Cathedral (1862). In the stoplist as well as in the voicing, this (German) influence is clearly apparent.

Laurence Elvin describes in his book: “Forster and Andrews Organ Builders 1843-1956”, how they organized a concert in the erecting hall of the company in Hull, in 1865.

"On one occasion during 1865 the large erecting hall and gallery was full and upwards of two hundred folk heard Mr. Skelton (Organist of Holy Trinity, Hull) and Mr. Andrews demonstrate an organ intended for Castlegate Congregational Church, Nottingham. Andrews was an organist of no mean ability and sometimes opened the firm's new organs."

The organ that was demonstrated in the hall at that instance was evidently the organ from Harelbeek!

When the instrument was inaugurated use on the 23rd of November, it was played by Nico Ronsse (the organist of the St. Salvator church), and by Sietze de Vries.
 



Vorige pagina

 

© F.R. Feenstra 2012