| |
° voorraad° software
° cd
° geluidsfragmenten
° projecten

|

|
Jemgum
(D), Ev.-Ref. Kirche
Walker, 1844
Great
GG-f3
Open Diapason
Stopt Diapason Bass
Stopt Diapason Treble
Dulciana
Principal
Flute
Twelfth *
Fifteenth
Sesquialtra
Trumpet *
Tremulant * |
8 ft
8 ft
8 ft
8 ft
4 ft
4 ft
2
2/3 ft
2 ft
2-3 rks
8 ft |
|
Swell
GG-f3
Double Diapason (af c)
Open Diapason
Stopt Diapason
Principal
Sesquialtra
Trumpet
Oboe |
16 ft
8 ft
8 ft
4 ft
2-3 rks
8 ft
8 ft
|
|
Pedal
C-e1
Pedal
Open
Trombone *
Open Diapason * |
16
ft
16 ft
8 ft
|
|
*) Toevoegingen
met pijpwerk uit voorraad; van de Open Diapason 8 ft (Pedal) is het
pijpwerk nog niet geplaatst.
Great to Swell, Great to Pedal, Swell to Pedal
Geschiedenis
Het orderboek (in bezit van de nog steeds bestaande firma
Walker), vermeldt dat dit instrument is gebouwd in 1844 voor William
Cubitt, Bedford Hill House, Balham Hill, "without a Case".
William Cubbit was in 1861 Lord Major van Londen, en van 1847 tot 1861
parlementslid voor Andover.
Beide manualen kregen de nog de oude engelse omvang vanaf contra-G,
waarbij het Swell een klein-c werk was. Het pedaal kreeg de al moderne
omvang vanaf groot C, met een lade waarop 15 open houten pijpen werden
geplaatst (CC-d). Curieus is de vermelding in het orderboek dat vanuit
het groot octaaf van het Swell-manuaal ook de Pedal Open 16 ft kon
worden bediend. De functie van de contra-G toetsen van het Swell
manuaal blijft vooralsnog onduidelijk.
Na de dood van Cubitt verhuisde het instrument naar Balham Chapel (bij
Londen). Bij die gelegenheid werd de pedaallade uitgebreid tot 25
tonen (CC-c1), en werd het Swell voorzien van een baslade met 12 Stopt
Diapason pijpen. De werkzaamheden worden toegeschreven aan Bevington.
In 1943 volgde een nieuwe verhuizing, uitgevoerd door Kingsgate
Davidson, naar Baptist Church, Harston (bij Cambridge). De analen
vermelden dat het instrument afkomstig was uit een door bommen
beschadigde kerk te Londen. Mogelijk was dit Balham Chapel. In 1998
werd het instrument door ons aangekocht. Bij deze gelegenheid bleef
het niet originele front in de kerk achter.
De Ev.-ref. Kirche te
Jemgum kreeg in 1769 haar huidige vorm als kruiskerk. In 1930 werd
deze kerk door brand verwoest. In hetzelfde jaar werd de kerk herbouwd
door architect Ludwig Deichgraber (1894-1969) in de toenmalig moderne
stijl van de Art Deco. In 2004 werd de kerk opnieuw getroffen door een
felle brand, die het volledige dak en een groot deel van het interieur
verwoestte. Ook het Becker-orgel (1972) ging daarbij verloren. Opnieuw
werd de kerk hersteld, waarbij het interieur uit de dertiger jaren
werd gereconstrueerd.
Het Walker-orgel werd
voor de kerk van Jemgum voorzien van een nieuwe eiken kas. Het
verwaarloosde instrument werd volledig gerestaureerd en
gereconstrueerd. Het Great werd uitgebreid met een Twelfth 2 2/3 ft en
een Trumpet 8 ft. Het Swell werd uitgebreid met een Double Diapason 16
ft en kreeg een nieuwe baslade met 17 cancellen (contra G - b). De 8-
en 4-voets labialen spreken vanaf contra-G en de overige stemmen vanaf
groot-C, terwijl de tongwerken over een gemeenschappelijk groot octaaf
beschikken.
Het Pedal kreeg een
Bourdon 16 ft (waarvan voor een deel de oude Open Wood werd gebruikt)
een Trombone 16 ft, en een voorbereiding voor een Open Diapason 8 ft.
Er werd een nieuwe lade gemaakt.
Voor het verloren gegane pijpwerk van de Sesquialtra (Great), en voor
de uitbreidingen (Twelfth, Trumpet en Trombone) kon zeer goed passend
pijpwerk worden aangekocht. De mensuren van de Sesquialtra konden
worden teruggevonden in enkele bewaard gebleven pijpen die als hoogste
tonen in de diskant van de tongwerken op het Swell waren geplaatst. Ze
bleken alle een halve toon enger dan de Sesquialtra van het Swell. De
frontpijpen zijn nieuw, en vullen nu de Open Diapason aan (van C-Fis),
die oorspronkelijk pas op G zelfstandig werd. Ook de grootste pijpen
van de Principal staan in het front.
Adviseur bij de restauratie was Winfried Dahlke, die ook de inspeling
verzorgde met een concert op 13 december 2007.
tVorige pagina
|