``   home | profiel | links | contact
 
°
voorraad

° software

° cd

° geluidsfragmenten

° projecten

klik hier voor een grotere foto

 

Knechtsteden (D), Basilika 
W.Holt (?), 1851
Great C-f3
Open Diapason
Stop Diapason Bass
Stopt Diapason Treble
Viol di Gamba
Principal
Flute 
Twelfth

Fifteenth
Sesquialtra 19:22; 15:17

8 ft
8 ft
8 ft
8 ft
4 ft
4 ft
2 2/3 ft
2 ft
2 rks


Swell C-f3
Double Diapason (af c;
open vanaf cis-1)
Open Diapason
Principal
Mixture 12:15
Cornopean

Cremona (vanaf c1)


16 ft

8 ft
4 ft
2 rks
8 ft
8 ft

  Pedal C-e1
Pedal Pipes

16 ft


Pedal Coupler, Coupler (Swell to Great), 3 composition Pedals

In de Basilika  (12e eeuw) van het kloostercomplex Knechtsteden te Dormagen (D) plaatsten wij vlak voor de jaarwisseling een gerestaureerd Engels orgel. Het instrument is afkomstig uit de Methodist Church in Tockwith (North Yorkshire, GB). Deze kerk dateert uit de jaren 70 van de 19e eeuw. Het instrument zelf is ouder, maar de oorspronkelijke standplaats is niet bekend. Over de naam van de bouwer bestaat geen zekerheid; er zijn echter karakteristieke overeenkomsten met het aan William Holt (Leeds) toegeschreven instrument te Churston Ferrers (Devon, GB; thans in de GKV te Den Ham, OV). De registermechanieken met identieke ijzeren zwaarden, de bevestiging van de swell-jaloezieën met uitneembare gesmede ijzeren pinnen, het ontbreken van 8-voets fluiten op de swell organs, èn de makelij van de Double Diapasons (open metaal vanaf cis1) zijn op beide instrumenten kenmerken die een gemeenschappelijke bouwer doen vermoeden. In beide windladen zijn zowel de naam William Midgley als het jaartal 1851 gevonden. Van deze Midgley is bekend dat hij in 1861 een eigen bedrijf startte in Leeds. Het is zeer goed mogelijk dat hij tot die datum werknemer was bij William Holt, en in die hoedanigheid zijn naam in beide laden vermeldde.

Vanwege de historische waarde is het instrument door het British Institute of Organ Studies (BIOS) geclassificeerd “as being an instrument of importance to the national heritage and one deserving careful preservation for the benefit of future generations”.

De kas is gemaakt van sugar-pine met een fineerlaag van mahonie. De frontpijpen zijn oorspronkelijk verguld geweest, maar ze zijn op enig moment in de geschiedenis beschilderd. Deze beschildering is bij de laatste restauratie gehandhaafd. Op uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever is het instrument in gebroken wit geschilderd, en is het op een verrijdbaar plateau geplaatst.

Het Swell-organ was een klein-c werk. Bij de huidige restauratie zijn de ontbrekende bas-tonen toegevoegd. Het manuaal is uitgebreid met de 12 ontbrekende bastoetsen, en er is een nieuwe baslade gemaakt voor de ontbrekende pijpen. Deze is opgesteld naast de klein-c lade, in een eigen Swell box.

 

Vorige pagina  

 

 
© F.R. Feenstra 2010